Eenzaamheid hoort bij leiderschap. Niet de sociale variant, maar de existentiΓ«le.
Die ontstaat wanneer de verantwoordelijkheid groot is, maar de ruimte om te delen klein. Wanneer iedereen iets van je verwacht, maar weinig mensen werkelijk iets van je weten.
Veel bestuurders herkennen dat spanningsveld.
Ze staan tussen belangen, verwachtingen en projecties.
Ze luisteren, besluiten, dragen.
En doen dat meestal in stilte.
Want de top is niet de plek waar twijfel welkom is.
Daar hoort stevigheid, richting, zekerheid.
Of in ieder geval de schijn daarvan.
Toch schuilt er gevaar in die schijn.
ππ’π ππ π₯ππ§π ππ₯π₯πππ§ ππ«πππ π, π―ππ«π₯π’ππ¬π π‘ππ π―ππ«π¦π¨π ππ§ π³π’ππ‘ ππ π₯ππππ§ π«ππ€ππ§.
Het contact met de binnenwereld verdwijnt langzaam onder de druk van buiten. Je reageert nog, maar je initieert niet meer vanuit wat je Γ©cht belangrijk vindt. En zo verdwijnt ook een belangrijk deel van je morele kompas.
Eenzaamheid is dus niet slechts een bijverschijnsel van leiderschap, maar een signaal. Het nodigt uit tot reflectie: waar ben ik de verbinding kwijtgeraakt β met anderen, of met mezelf? Het vraagt om nabijheid, juist daar waar afstand vanzelfsprekend lijkt.
In onze coaching werken we regelmatig met leiders die dit herkennen. Niet zelden begint verandering pas op het moment dat het stil wordt.
Wanneer iemand durft te zeggen: βIk weet het even niet meer.β
Die erkenning is geen zwakte, maar het begin van herstel. Van een ander soort leiderschap: niet gebouwd op onkwetsbaarheid, maar op bewustzijn en menselijkheid.

